bouwdoos etymology

Dutch word bouwdoos comes from Dutch doos ((vulgar) stupid female.. (vulgar) vagina. Box.), Dutch bouwen

Detailed word origin of bouwdoos

Dictionary entryLanguageDefinition
doos Dutch (nld) (vulgar) stupid female.. (vulgar) vagina. Box.
bouwen Dutch (nld) (transitive) to build, to construct. (transitive, dialectal) to cultive, to till.
bouwdoos Dutch (nld) A toy which consists of a collection of parts needed for building a model or a finished toy.

Words with the same origin as bouwdoos

Descendants of bouwen
bebouwing bouwer bouwheer bouwlamp bouwland bouwmeester bouwnijverheid bouwpaus bouwplaats bouwput bouwvak bouwvakker bouwwerf bouwwoede landbouwer vioolbouwer wederopbouw