doeg etymology

Dutch word doeg comes from Dutch goed, Proto-Indo-European *dʰegʷʰris, and later Proto-Germanic *dagaz ((Runic alphabet) name of the D-rune (ᛞ). Day.)

Detailed word origin of doeg

Dictionary entryLanguageDefinition
goed Dutch (nld) (archaic) an estate, a manor. (usually plural) goods Well All right, fine. Correct, right (factually or morally). Good.
*dʰegʷʰris Proto-Indo-European (ine-pro)
*dagaz Proto-Germanic (gem-pro) (Runic alphabet) name of the D-rune (ᛞ). Day.
dag Old Dutch (odt) Day.
dach Middle Dutch (dum) Day.
dag Middle Dutch (dum)
goedendag Dutch (nld) Good day.
dag Dutch (nld) Goodbye, same shortening. Hello, short for 'goodday; goodbye' Day (period of 24 hours). Daytime (time between sunrise and sunset).
doeg Dutch (nld) (Netherlands) bye.

Words with the same origin as doeg

Descendants of goed
Bevrijdingsdag Goede Vrijdag Moederdag Vaderdag dag dag-en-nachtevening dagboek dagdeel dagen daglicht dagschotel dagverblijf feestdag geboortedag gedaagde huwelijksdag ijsdag kerstdag kinderdagverblijf rijksdag stamdag sterfdag sterrendag verjaardag
Descendants of *dʰegʷʰris
aanleveren afleveren aflevering flambouw leveren libel liberaal libretto opleveren overleveren overlevering uitleveren