gaat etymology

Dutch word gaat comes from Proto-Indo-European *ǵʰeh₁-, and later Proto-Germanic *gāną (To go, to walk.)

Detailed word origin of gaat

Dictionary entryLanguageDefinition
*ǵʰeh₁- Proto-Indo-European (ine-pro)
*gāną Proto-Germanic (gem-pro) To go, to walk.
gān Old Dutch (odt)
gan Old Dutch (odt) To go.
gâen Middle Dutch (dum)
gaen Middle Dutch (dum) To go.
gaat Dutch (nld)

Words with the same origin as gaat

Descendants of *ǵʰeh₁-
doorgaan ervaring gaan gaande gang in ineens liggen om omgaan oorlog ten teruggaan vergissing verhuizen verraden verslaan verslag vertrouwen vervangen verwachten verzoek volgen weggaan