gewoonlijk etymology

Dutch word gewoonlijk comes from Dutch -lijk (-able. -ly, -al, -ous.), Dutch gewoon (Normal. Regular, ordinary, usual Simply, just.)

Detailed word origin of gewoonlijk

Dictionary entryLanguageDefinition
-lijk Dutch (nld) -able. -ly, -al, -ous.
gewoon Dutch (nld) Normal. Regular, ordinary, usual Simply, just.
gewoonlijk Dutch (nld) Usually, normally.

Words with the same origin as gewoonlijk

Descendants of -lijk
afhankelijk afschuwelijk behoorlijk belachelijk duidelijk eerlijk eigenlijk eindelijk gevaarlijk hartelijk letterlijk menselijk natuurlijk noodzakelijk ongemakkelijk persoonlijk pijnlijk redelijk tijdelijk uiteindelijk verantwoordelijk verantwoordelijkheid verschrikkelijk vreselijk