haalbaar etymology

Dutch word haalbaar comes from Dutch halen, Dutch -baar (-able, indicates an action can be performed.)

Detailed word origin of haalbaar

Dictionary entryLanguageDefinition
halen Dutch (nld) (intransitive, het halen) to make it. (transitive) to fetch, to get. (transitive) to reach (a goal), to catch.
-baar Dutch (nld) -able, indicates an action can be performed.
haalbaar Dutch (nld) Feasible, achievable, accomplishable.

Words with the same origin as haalbaar

Descendants of halen
ademhaling afhaalchinees afhaalrestaurant asemhaling herhaaldelijk kielhaler kielhaling
Descendants of -baar
aanvaardbaar bereikbaar betrouwbaar blijkbaar breekbaar bruikbaar dankbaar dankbaarheid kostbaar kwetsbaar middelbaar onaanvaardbaar onverslaanbaar openbaar prikkelbaar schijnbaar strafbaar vergelijkbaar verkiesbaar verkrijgbaar vervangbaar vloeibaar voorspelbaar vruchtbaar zichtbaar