onthullen etymology

Dutch word onthullen comes from Dutch ont-, Dutch hullen (To wrap.)

Detailed word origin of onthullen

Dictionary entryLanguageDefinition
ont- Dutch (nld) Forms inchoative verbs, indicating that a process is beginning. Un-, de-; forms verbs meaning to negate, remove or separate.
hullen Dutch (nld) To wrap.
onthullen Dutch (nld) To reveal, to uncover.

Words with the same origin as onthullen

Descendants of ont-
ontbreken ontcijferen ontdooien ontgaan onthoofden onthouden ontkennen ontkenning ontkomen ontleden ontlopen ontmaskeren ontnemen ontploffen ontruimen ontslag ontsnappen ontspannen ontstaan ontsteken ontvluchten ontwerp ontwikkelen ontzeggen
Descendants of hullen