openbaar etymology

Dutch word openbaar comes from Dutch openen (To open.), Dutch -baar (-able, indicates an action can be performed.)

Detailed word origin of openbaar

Dictionary entryLanguageDefinition
openen Dutch (nld) To open.
-baar Dutch (nld) -able, indicates an action can be performed.
openbaar Dutch (nld) Non-affiliated (e.g. neither Catholic, Protestant, nor socialist). Public.

Words with the same origin as openbaar

Descendants of openen
openbaarheid opening
Descendants of -baar
aanvaardbaar bereikbaar betrouwbaar blijkbaar breekbaar bruikbaar dankbaar dankbaarheid kostbaar kwetsbaar middelbaar onaanvaardbaar onverslaanbaar prikkelbaar schijnbaar strafbaar vergelijkbaar verkiesbaar verkrijgbaar vervangbaar vloeibaar voorspelbaar vruchtbaar zichtbaar