wachttijd etymology

Dutch word wachttijd comes from Dutch tijd ((grammar) tense. Time.), Dutch wachten

Detailed word origin of wachttijd

Dictionary entryLanguageDefinition
tijd Dutch (nld) (grammar) tense. Time.
wachten Dutch (nld) (intransitive) to wait [+ op (object) = for].
wachttijd Dutch (nld) Waiting time.

Words with the same origin as wachttijd

Descendants of wachten
afwachter afwachting doelwachter lijfwachter paleiswachter veldwachter verwachting wachter wachtgeld wachtlijst wachtwoord